Doordat de doorsnede van de aorta op verschillende manieren gemeten kan worden, is er in de literatuur ook verschil te vinden over het beste moment om de aorta te opereren.

Bij een CT-scan wordt de binnendiameter van de aorta gemeten, bij een echocardiogram en een MRI-scan wordt de binnendiameter plus één wanddikte als maat genomen. Bij een volwassen marfanpatiënt wordt de aortawortel en/of de aorta ascendens operatief vervangen als door middel van de CT-scan een binnendiameter wordt gemeten die groter is dan 45 mm. Dit komt overeen met een diameter groter dan 50 mm als gemeten wordt met een echocardiografie of een MRI-scan.

Aortaverwijding zonder klachten

Soms wordt al ingegrepen als de binnendiameter van de aortawortel en/of de aorta ascendens kleiner is dan 45 mm als er ook sprake is van:

  • een toename van de diameter van meer dan 5 mm per jaar
  • aortadissectie in de familie
  • een niet goed werkende aortaklep
  • een zwangerschapswens.

Ook als een patiënt om een andere reden een hartoperatie moet ondergaan, kan het zinvol zijn om de operatie aan de aorta te vervroegen.

Mensen met een klein lichaamsoppervlak hebben meestal ook een kleinere diameter van de aorta. De meeste vrouwen hebben dus een kleinere aortadiameter dan mannen. Bij het vaststellen van het moment van operatie kan hiermee rekening worden gehouden.

Als de aortaboog of het afdalende deel van de aorta verwijd is, wordt ingegrepen als de aortadiameter groter is dan 55 mm. Ook in dit geval zal sneller tot een operatie worden overgegaan als er daarnaast sprake is van:

  • een toename van de diameter van meer dan 5 mm per jaar
  • aortadissectie in de familie
  • zwangerschapswens.

Aortaverwijding met klachten

Als een verwijding van de aorta gepaard gaat met pijnklachten die niet verminderen door het toedienen van bloeddrukverlagende middelen via een infuus, dan is dat ook een reden voor operatief ingrijpen.

Aortadissectie

De wand van de aorta bestaat uit drie lagen. Wanneer het binnenste deel van de wand losscheurt van de rest van de wand, kan het bloed in deze tussenruimte terecht komen. Dit heet een dissectie.

Bij een type A dissectie is de wand van het opstijgende deel van de aorta gescheurd. Bij een type B dissectie gebeurt hetzelfde, maar dan in het afdalende deel van de aorta. Bij een acute dissectie type A wordt direct overgegaan tot een operatie.

Een type B dissectie zonder complicaties wordt in het algemeen behandeld met bloeddrukverlagende medicijnen. Bij een acute type B dissectie is het risico van een operatie groot. Een operatie is dan alleen verantwoord als er complicaties zijn.