De basis van erfelijkheid

dnaEen mens heeft in elke cel van zijn lichaam 23 paar chromosomen, in totaal dus 2x23 = 46. Ieder set van 23 is afkomstig van één van de ouders. Op ieder chromosoom van een chromosomen-paar liggen dezelfde genen. Dit betekent dat we voor elk van de genen 2 kopieën hebben, één afkomstig van de vader en de andere van de moeder. (Er zijn uitzonderingen zoals voor de genen op het X-chromosoom waarvan vrouwen er 2 hebben en mannen slechts 1).

Erfelijkheid van het marfansyndroom

Het Marfan syndroom erft dominant over. Dit betekent dat wanneer een kind 1 'foutief' gen (dwz een gen met een verandering, wat dan mutatie genoemd wordt) van één van de ouders erft, dat genoeg is om het Marfan syndroom te ontwikkelen. Echter, het lichaam zit wat meer ingewikkeld in elkaar en ook erfelijke aandoeningen volgen niet altijd precies een patroon van overerven. Een mutatie komt niet altijd op dezelfde manier tot uiting en in sommige gevallen merkt een drager zelfs helemaal niets! Hoe kan dit?

  • Bedenk dat we van de genen 2 sets hebben. Op basis van de DNA-code in elk van deze genen kan een eiwit gemaakt worden. Meestal zijn er dus zowel gezonde als 'gemuteerde' eiwitten aanwezig zijn.

    Als het werkingsmechanisme van het gezonde gen voldoende is om alle functies van het eiwit te verrichten, kan het effect van het gemuteerde gen verborgen blijven. Soms zijn er ook verschillen in verschillende delen van het lichaam: op de ene plaats kan het gezonde gen wel alle functie overnemen en op andere plaatsen niet. Je kunt je dan voorstellen dat, afhankelijk van welke kopie het meest actief is op een plaats in het lichaam, de symptomen kunnen verschillen.

  • Een eiwit is een team-speler, het heeft andere eiwitten nodig om zijn werk te doen. En ook kunnen allerlei factoren van binnen en buiten de cel de werking van het eiwit beïnvloeden. Als iemand nou een mutatie zou hebben in een heel ander gen, dan kan het gebeuren dat de symptomen van het Marfan syndroom minder worden of juist versterkt worden. Dus andere genen dan het gen dat Marfan syndroom veroorzaakt kunnen een groot verschil maken in wat iemand aan verschijnselen krijgt.

  • Een mensenlichaam verandert ook in de tijd. Denk maar bijvoorbeeld aan de hormonen die in de loop van het leven enorme schommelingen kunnen doormaken, of je voedingspatroon. Van alles kan een invloed hebben op hoe je lichaam zich ontwikkelt.

Je ziet, binnen de erfelijke aandoeningen is niet altijd alles zwart/wit. Van het Marfan syndroom is bekend dat er een grote variatie is van symptomen tussen verschillende patiënten, en zelfs binnen patiënten van één en dezelfde familie (hoewel die precies dezelfde verandering in hetzelfde gen hebben). De mate waarin het Marfan syndroom bij iemand duidelijk wordt (de 'penetratie' zoals dat genoemd wordt), hangt af van vele factoren. Sommige ervan begrijpen we nog helemaal niet.

Dit betekent, dat, als je in een familie bent geboren waarin Marfan syndroom voorkomt, het niet automatisch betekent dat je ook geen Marfan syndroom hebt als je aan de buitenkant geen kernmerken te zien zijn. Soms heeft zo iemand wel kenmerken als je heel precies kijkt, en ook op de details let. Iemand met een mutatie in het gen voor Marfan syndroom toont altijd wel een aantal kenmerken, als je maar goed genoeg kijkt.

Wanneer iemand met een mutatie in het Marfan gen maar zonder dat dit direct aan de buitenkant te zien is, de mutatie overdraagt aan een kind, dan is het goed mogelijk dat dat kind wel duidelijke symptomen vertoont van het Marfan syndroom.

Alleen wanneer de mutatie zoals die in de familie voorkomt niet aanwezig is kun je zeker zijn dat jij of je kinderen het niet zal krijgen.

Overigens wordt nog steeds niet een verandering (mutatie) in het gen voor Marfan syndroom gevonden bij iedereen bij wie op grond van de uiterlijke kenmerken en het oog- en hartonderzoek de diagnose Marfan syndroom gesteld wordt. Als die oog-, hart-, en skeletkenmerken duidelijk zijn, heeft zo iemand toch Marfan syndroom, ook al kunnen we de verandering in het gen (nog) niet vinden.

Vaak worden maar een beperkt aantal genen onderzocht voor Marfan syndroom. Er blijft de mogelijkheid dat niet onderzochte genen ook kunnen bijdragen. Onderzoek naar Marfan syndroom blijft doorgaan, wanneer de (genetische) oorzaak nog niet gevonden is binnen de familie. De technieken waarmee dit kan verbeteren nog steeds, en het kan goed zijn om na een aantal jaren te informeren bij de geneticus bij wie je was of aanvullend onderzoek inmiddels mogelijk is.

Met dank aan:

Lees ook: