In 1995 gaf de Contactgroep Marfan Nederland samen met de Stichting 'Het zieke kind in beweging' een boekje uit over het marfan syndroom en sporten onder te titel: "Syndroom van Marfan en Sport". Het was een uitgave in de serie 'Beweging voor iedereen' waarin verschillende aandoeningen werden  beschreven en voorzien van sportadviezen. De belangrijkste inhoud van het boekje hebben we op onze website gepubliceerd. Het boekje is geschreven door dr. K.M. Kamperman, sportarts. Dr. Kamperman heeft in het verleden ook workshops over sport geleid tijdens contactdagen voor de Contactgroep Marfan.

Deze tekst kunt u ook als pdf bestand downloaden:

Definitie van sport

Alvorens in te gaan op de functie, beleving en beoefening van sport en sportmedische advisering is het wenselijk enkele begrippen te definiëren. Er is veel gepraat over wat wel en niet onder "sport" moet worden verstaan. De onderstaande definitie wordt momenteel gehanteerd door het Nederlands Instituut voor Sport en Gezondheid (NISG).

Onder sport wordt verstaan een lichamelijke activiteit die in gereglementeerde vorm spelend wordt uitgevoerd, en waarbij aan de prestatie bijzondere waarde wordt gehecht. Hierbij kan men een onderscheid maken tussen:Syndroom van Marfan en sport

  • wedstrijdsport, waarbij de klemtoon ligt op de prestatie in wedstrijdverband,
  • recreatiesport, die veel minder prestatiegericht is,
  • sportieve recreatie, die voornamelijk beoefend wordt voor de ontspanning, de sociale contacten, en om gezondheidsredenen (Pannier, 1988)

In medische kringen maakt men soms het onderscheid tussen prestatiegerichte- en recreatiegerichte sport.

Onder "prestatiegerichte sport" verstaat men sport, waarbij het wedijveren op de voorgrond staat en de sporter regelmatig tot de bodem van zijn kunnen gaat en daarmee dus het vermogen van het hart uitputtend aanspreekt (CBO, 1988).

Onder "recreatiegerichte sport" verstaat men sport, waarbij men actief, maar ontspannen bezig is en waarbij de sporter niet tot de bodem van zijn kunnen gaat en het vermogen van het hart niet uitputtend aanspreekt (CBO, 1988).