Op 18 februari 2017 hield het Universitair Ziekenhuis Antwerpen in samenwerking met de Vlaamse Bindweefselvereniging een informatiemiddag met als thema 'Ouder worden met Marfan syndroom'. Hier leest u het verslag van de lezing van Prof. Dr. Bernard Paelinck, cardioloog, over de procedure en gevolgen van een aorta-operatie.

Wanneer wordt een operatie aan de aorta uitgevoerd?

De aorta is de lichaamsslagader die het bloed verspreidt over ons hele lichaam. Vanuit het hart wordt het bloed er rechtstreeks ingepompt, wat best een grote druk veroorzaakt op de aortawand. Bij patiënten met Marfan syndroom is er een stoornis van het bindweefsel, waardoor ook bloedvatwanden minder elastisch en stevig zijn. De aorta kan dan onder de druk gaan uitzetten en een blijvende verwijding (ook aneurysma genoemd) vertonen. Hoe breder de aorta wordt, hoe groter de kans dat hij kan scheuren (aorta dissectie), wat vaak tot de dood leidt. Vooral vanaf een aorta diameter van 5 cm wordt het risico op dissectie erg hoog, vandaar dat een operatie aan de aorta nu meestal gepland wordt als preventie zodra of vooraleer de aorta deze breedte bereikt heeft. Bij Marfan patiënten met een snel verwijdende aorta of indicaties zoals zwangerschap, dissecties bij familieleden of aortaklep insufficiëntie, wordt al vanaf een diameter van 4,5 cm een ingreep gepland. Patiënten met Loeys-Dietz syndroom lopen een hoger risico op dissectie en worden vaak al geopereerd bij een aorta diameter van 4 cm.

Hoe gaat zo’n operatie in zijn werk?

Het verwijde deel van de aorta zal verwijderd worden en vervangen door een kunststof-buis of 'greffe'. De kransslagaders, die het hart van bloed voorzien en vanuit het eerste deel van de aorta vertrekken, worden losgeknipt en ook weer op de greffe vastgehecht. De aortaklep, die zich bevindt daar waar de aorta aansluit op het hart, zal indien mogelijk behouden worden en de greffe daarop aangehecht (dit noemen we een klepsparende ingreep). Als de oorspronkelijke klep niet meer goed functioneert, zal ze meteen ook vervangen worden door een kunstklep of donorklep. Het verschil is dat als de klep vervangen wordt de patient ook levenslang bloedverdunners moet nemen.

Welke opvolging gebeurt na de operatie?

Na een aorta operatie zal je standaard een aantal keer op controle moeten komen: eerst 1, 3, 6 en 12 maanden na de ingreep en nadien jaarlijks. Tijdens deze controles wordt er gekeken of de “nieuwe aorta” goed functioneert. Dit gebeurt met behulp van verschillende beeldvormingstechnieken. Een echografie kan makkelijk uitgevoerd worden tijdens de raadpleging, maar heeft een iets mindere beeldkwaliteit. Een MRI- of CT-scan kan enkel op afspraak gebeuren, maar geeft meer gedetailleerde beelden. Elke methode heeft zijn eigen voor- en nadelen en het team van artsen zal beslissen welke methode op welk moment het meest aangewezen is. Na de operatie is jaarlijkse scanner van de hele aorta aangewezen.

Moet ik medicatie nemen?

Om de druk op de aorta zo laag mogelijk te houden, zal je beta-blokkers (bijv atenolol) of angiotensine-receptor-blokkers (bijv losartan) moeten nemen die de bloeddruk onder controle houden. Bij een kunstklep zullen ook bloedverdunners voorgeschreven worden om te vermijden dat er klontertjes vormen aan deze klep die uit lichaamsvreemd materiaal bestaat. Antibiotica zullen ook gegeven worden wanneer kans bestaat op een endocarditis, een ontsteking van de binnenbekleding van het hart en de hartkleppen.

Mag ik sporten?

Regelmatige lichaamsbeweging is sowieso voor iedereen aangewezen. Als patiënt met Marfan of Loeys-Dietz syndroom is het belangrijk om sporten te kiezen waarbij oog-, borstkas-, ligament- en gewrichtstrauma en stress op de aorta wordt vermeden. Niet-competitieve activiteiten met lage intensiteit en lage krachtbelasting worden aangeraden, zoals wandelen, fietsen, dansen, golfen, zwemmen, snorkelen en tennis (dubbelspel). Voor meer belastende sporten is het belangrijk je keuze met je arts te bespreken. Meer informatie en verdere richtlijnen kunnen ook gevonden worden op de website van The Marfan Foundation.